Het verhaal van Jacomien
Date

30 juni 2002

Category

Outplacement

Tja, een griepje. Een rotgriepje wel te verstaan. Een griepje dat niet meer wilde overgaan. Een griepje in januari 2002 dat de bode bleek te zijn van een burn-out, die tot op de dag van vandaag duurt.
Ik ben zo’n mens van: “waar een wil is, is een weg”. Een hartstikke handig uitgangspunt voor een alleenstaande moeder met twee kinderen en een fulltime baan in het onderwijs. Gecombineerd met de nodige geldingsdrang en perfectionisme slaagde ik er wonderwel in heel wat bordjes in de lucht te houden:
  • een drukke baan in het onderwijs, combinatie van lesgeven, leerlingbegeleiding, organisator van personeelsfeesten, lief- en leedpot verzorger
  • twee kinderen thuis, inmiddels in de puberleeftijd, beslist niet saai
  • een flinke vrienden- en kennissenkring
  • en ook nog zo wat hobby’s
Na een langdurig en gemeen uitgespeeld arbeidsconflict ben ik weggezet in een andere, veel minder bevredigende baan. Ik was namelijk zo dom om op aanraden van de ARBO arts de in mijn ogen veel te hoge werkdruk te willen aankaarten, met als gevolg dat ik maar wat anders moest gaan doen. Nou is grenzen stellen niet mijn sterkste kant, dus ik wilde van de nieuwe baan ook iets leuks maken. En dat dan moest in een zeer onverschillige, chaotische omgeving boeide niemand. Behalve mij. Door het arbeidsconflict sliep ik geen nacht goed meer, werd wakker van mijn eigen geschreeuw, ging liggen malen enz.
Dat griepje werd gevolgd door grote uitputtingsverschijnselen. Moe, moe, moe. Slapen ging/gaat slecht. Bovendien had ik last van concentratieproblemen, geheugenverlies, overprikkeldheid. Het idee burn-out te zijn kon ik niet accepteren. Ik voelde me een aansteller: “kom op meid, een paar weken goed slapen, en dan kan je er weer tegenaan”. Niets bleek minder waar. Na ruim anderhalf jaar moet ik constateren dat ik nog steeds last heb van alle genoemde verschijnselen, weinig druk aankan, zij het in veel mindere mate. Ik ben nu weer zoveel beter, dat ik me eindelijk realiseer hoe ziek ik geweest ben.
Door een aantal wisselingen van ARBO artsen, een net beginnende eigen huisarts zonder al te veel ervaring (ik kreeg een verwijsbriefje voor een psycholoog van wie ik vooral veel pistachenootjes moest gaan eten, en vooral niet met twee treden tegelijk de trap op mocht lopen – of ik dat nog kon!), een zeer onverschillige begeleiding vanuit de werkgever, een hulpgroep voor vrouwen met burn-out die maar niet wilde starten, heeft het een jaar geduurd voordat ik werkelijk begeleiding kreeg aangeboden. Na een keuringsbezoek aan de UWV verzekeringsarts ging het balletje rollen. Ik kreeg een job counsellor toegewezen, een pittige meid, èn ik werd door de nieuwe ARBO arts geattendeerd op het bestaan van Baanfit.
De combinatie van praten en fysiek actief zijn bleek een zeer goeie. Halleluja! Eindelijk! Na een jaar in de soep gedreven te hebben, met veel onbegrip te maken hebben gekregen, zelf niet kunnen accepteren wat er aan de hand was, had ik nu zomaar twee zeer professionele begeleiders die mijn klachten serieus namen, en in staat waren om ze om te buigen naar een positieve insteek. Het werd mij duidelijk dat ik over een aantal eigenschappen beschik die niet alleen positief zijn, maar voor mij ook valkuilen zijn. Van Ramon heb ik geleerd om vooral zuinig met mijn energie om te gaan: niet voluit te gaan, maar op tijd af te remmen. Bewust blijven van je energie en je lijf. Ook met je rug naar mensen te gaan staan, als je ze niet wilt laten binnenkomen is een goeie gebleken. Het leuke is dat dat ook heel letterlijk werd toegepast in de looptrainingen.
Met veel vallen en opstaan ben ik opgeknapt, nog niet helemaal de oude qua energiepeil, en gelukkig helemaal niet meer de oude qua perfectionisme, betrokkenheid en inzet. Maar met een beetje gas terug waarschijnlijk weer een waardevolle werknemer, een leukere moeder, een kritischer en gezelliger vriendin.
Ik ben inmiddels zelf gaan lopen en hoop met een half jaar weer volledig aan de slag te gaan, net op tijd om uit de klauwen van de WAO te blijven.