Het verhaal van Martijn
Date

25 februari 2015

Category

Burn-out Training

 
 
 
 
Ik had een heel verhaal voorbereid. Toen Ramon mij vroeg mijn ervaringsverhaal te gaan schrijven kroop ik op een zaterdagmiddag achter de computer en begon mijn hele ziektegeschiedenis te noteren. Het hele verhaal vanaf maart 2013 passeerde de revue. Inclusief alle symptomen, alle doktoren en specialisten en vooral ook alle frustraties. Een paar dagen later kreeg ik de ingeving dat dit ervaringsverhaal specifiek zou moeten gaan over iets wat bijna niet in woorden is te vatten.  Noem het een persoonlijke ervaring van grote betekenis. Want daar gaat het ten slotte wel om. Naast alle ellende die je met de diagnose “burn-out” meemaakt komt er voor sommige licht aan het einde van de tunnel en ik begin steeds meer te geloven dat ik een van die gelukkige mag zijn. Dit is een heel prettig gevoel.
 
De vraag die bij mensen opkomt nadat je hebt verteld over de toestanden die je mee hebt gemaakt zoals paniekaanvallen en ernstige vermoeidheid is een logische. Die had ik zelf ook al bedacht. Hoe heeft het zover kunnen komen? Belangrijker in deze situatie is evenwel de vraag; “Goed, wat nu?”. Het is typisch voor mensen die oplossingsgericht denken dat die vraag wordt gesteld. De kenmerken of de “mindmap” van personen met een burn-out zijn divers, echter, oplossingsgericht denken en een zeker perfectionisme daarin is de hoofdpersoon in deze niet vreemd. Het is dan ook typisch dat dezelfde karaktereigenschappen je helpen op de route naar herstel. Volg je eigen interne “Tomtom”  maar eens een keer en luister is naar jezelf en luister dan ook naar je lichaam. Volgt u het nog een beetje? Of begint mijn geraaskal dusdanige rare vormen aan te nemen dat een nieuwe diagnose moet worden gesteld?
 
Er komt een moment dat je denkt “zo kan het niet langer meer” en dat je op zoek gaat naar een persoonlijke passende oplossing. Vergeet al die mensen die je aanraden om dit of dat te gaan doen. Het gaat er nu eens om wat jij wilt gaan doen om uit deze belabberde situatie te komen. Fysiek voel je je doorgaans een wrak, een oude man of een bejaarde vrouw, je geboorteakte laat evenwel zien dat van ouderdom nog geen sprake is. Je diagnose is door diverse artsen en specialisten gesteld. Je hebt geen “zwak hart”, je ziet ze niet vliegen, je bent niet geestelijk gestoord en je bent geen gehandicapte. Het enige wat je wel voelt is een constante vermoeidheid, gespannenheid en je kunt soms niet slapen. Mijn devies, ga eens iets doen wat je denkt dat je juist niet kan in deze situatie, namelijk, kilometers door het bos en de duinen heen struinen, het legt mij geen windeieren, o ja, dan toch maar even de ziekte-geschiedenis en het persoonlijke verhaal:
 
Proloog
 
Een half jaar geleden ontmoette ik Ramon in het Carlton-Hotel in Haarlem. Ik was ten einde raad wat betreft mijn fysieke conditie. In maart 2013 had ik mij ziek gemeld vanwege een plotselinge opkomende “griep”, zo dacht ik nog naïef. De plotselinge paniekaanvallen die plaatsvonden achter mijn bureau op kantoor  waren ernstig maar nog geen reden om de ziekmelding te doen. Die kwam pas toen ik lopend op weg was naar kantoor en de paniekaanvallen weer terug kwamen, elke keer als ik van huis naar kantoor liep. Ik kwam een beetje verwilderde man en zijn hond tegen in het park en blijkbaar zag hij mijn zorgelijke en witgetrokken gezicht en vroeg aan mij of ik in orde was. Ik vertelde mijn perikelen en hij vertelde dat hij al vijf jaar in een uitkering zat en geen trek meer had in het hectische jachtige leven van vandaag de dag. Ik heb een half uurtje met hem gesproken over hetgeen hij had gedaan in zijn leven en ik bedacht me plotseling dat ik volledig uit mijn rol was. Ik ben niet iemand die zomaar een praatje aanknoopt met een wildvreemde in het park maar zo zie je maar, eenmaal uitgenodigd om je hart uit te storten doe ik dat toch. Hij wenste me succes en ik was een paar honderd meter van mijn “werkplaats” verwijderd toen de ademhaling werd verhoogd en het gevoel van stikken weer bij me op kwam. Ik keerde om, liep naar huis en belde mijn personeelschef en instrueerde haar de Arbo maar te bellen, dat dit geen griepje was en dat ik maar eens met een expert moest gaan praten. Ik heb nog een paar pogingen ondernomen om s’ ochtend toch naar mijn werk te lopen maar elke keer ben ik weer omgedraaid. Ik kwam een collega tegen op straat en die instrueerde me om maar naar huis te gaan.
 
Lichamelijke klachten en de zoektocht naar een remedie
 
Diezelfde nacht had ik mijn lichaam niet meer onder controle, mijn ademhaling was te traag, mijn hart bonkte in mijn keel en al mijn spieren stonden op exploderen. Ik ben niet getrouwd, heb geen vriendin en dus niemand om mee te praten op dit angstige ogenblik. Iemand bellen was volgens mij ook geen oplossing, immers ik wilde de familie niet laten schrikken op dit nachtelijke uur. Wel hield ik de telefoon constant in oog, mocht het teveel worden dan was een belletje naar 112 de oplossing. Ik herinnerde mij de ademhalingsoefeningen die ik bij mijn stottertherapie ooit heb moeten leren en stond een half uur mij te concentreren op rustig ademhalen. Uiteindelijk heb ik nog een paar uur kunnen dommelen maar van echt slapen kwam niks terecht. Via de huisarts kreeg ik een kalmeringsmiddel voorgeschreven, volgens mij was het Oxipam en bij inname van een half pilletje was ik inderdaad gekalmeerd. Eenmaal aanbelandt bij de intake van de Arbodienst heb ik tijdens mijn eerste gesprek flink zitten janken, wat bij de mevrouw tegenover me overtuigde van de diagnose die al eerder door de huisarts was gesteld namelijk “Burn-Out”. Een periode van rust was noodzakelijk. Lopend in de stad heb ik nog een paar paniekaanvallen gehad, gevoel van stikken en geen lucht kunnen krijgen. Op eigen initiatief heb ik op internet een psycholoog opgezocht en met knikkende knieën een eerste afspraak gemaakt. In totaal heb ik zo’n tien gesprekken van een uur gemaakt met dhr. Frits Bosch, en toen hij ervan overtuigd was dat we elkaar niks meer te vertellen hadden stond ik weer buiten met een raar gevoel. Was ik hier wat mee opgeschoten ?. In ieder geval bleek dat ik geestelijk niks mankeerde, volgens dokter Frits, en dat het tijd was om het kompas te richten op meer van hetzelfde, rust dus. De Arbo was het niet helemaal eens met deze plannen en riep op tot re-integratie, een woord wat mij nog lang zou achtervolgen. Mijn werkgever liet me de eerste maanden nog wel vrij om de week zelf in te vullen. “Kom een uurtje naar kantoor, als dat gaat, en ga je eigen gang”, zo was het devies.
 
Inmiddels had ik grote slaapproblemen. Soms werd ik  om twee uur s’ nachts hyperactief en zat achter de computer ingewikkelde computergames in elkaar te knutselen. Ik zocht ’s nachts een bezigheid en lezen is leuk voor een uur maar dan houdt dat ook op. Overdag had ik af en toe nog lichte paniekaanvallen en was erg moe. Die moeheid werd steeds erger en uiteindelijk was een fietstripje naar de supermarkt een hele opgave. Ik heb weken thuis gezeten in een stoel, kon een beetje tv-kijken, boodschappen doen, maar dat was het dan ook wel. In deze tijd, we spreken over eind 2006 werd het me allemaal teveel. De huisarts heb ik vaak bezocht in deze periode met de vraag of er niks te doen is tegen de vermoeidheid en soms de duizeligheid, het niet kunnen slapen enzovoorts. De huisarts riep op tot rust, dan zou het vanzelf goed komen. Toch wilde ik nog wat meer geruststelling en liet me door een internist te Lokatie-Noord onderzoeken op hart en- longfunctie. Ook nu stond ik weer buiten met een negatieve diagnose, d.w.z. er was niks aan de hand met mijn hart en longen dus dit was eigenlijk een positieve diagnose. Ik wist alleen nog steeds niet wat ik eigenlijk mankeerde dus het was een dubbel gevoel. Onder de hand was ik bezig om toch weer wat halve dagen werken, dit hield ik dan een week vol en dan zat ik weer totaal vermoeid in dezelfde stoel voor me uit te staren. Inmiddels weet ik dat de chemische bovenkamer redelijk van slag was. Het schijnt dat dit soort symptomen horen bij het verstoord raken van de hormoonhuishouding. Het cortisolgehalte bijvoorbeeld, een hormoon dat het waak-slaapritme reguleert.
 
Inmiddels is het begin 2014. Mijn werkgever raadde me aan haptotherapie te proberen en alsvolgt geschiedde. Mijn haptotherapeute had al snel door dat mijn lichaam niet lekker functioneerde. Mijn spierspanning was erg hoog en goed ontspannen kon ik nog alleen maar door mij intensief te laten masseren en te voelen. Denken was even uit den boze. Voelen was het devies. Het was een verademing om te constateren hoe ontspannen een mens nog kan worden. Ook tijdens deze sessies kon ik nog erg emotioneel reageren en het leek alsof er een soort ontlading plaats vond.  De bovenkamer moest blijkbaar helemaal leeg worden gemaakt van alle angst, frustratie en pijn. Mijn conditie ging evenwel niet met grote sprongen vooruit. Ik ben een verstokte roker en zelfs tijdens de weken van paniekaanvallen stak ik nog steeds een sigaretje op. En het vele stilzitten hielp ook niet op fysiek weer in orde te komen. In de vakantietijd stond ik samen met mijn ouders op een camping aan de kust in Frankrijk, en ondanks alle perikelen heb ik genoten van een beetje zon en strand. De periodes van moeheid waren er nog steeds, afgewisseld met een lichte paniekaanval.  De Arbo riep continu op tot re-integratie en ik probeerde uren op te bouwen maar elke keer viel ik weer terug met dezelfde malaise; vermoeidheid, duizelig, benauwd, gespannen, verkoudheid, griep, “you name it”.
 
In september 2014 had ik een lange periode van moeheid. De arbo-arts begon aan te sturen op speciale re-integratiebedrijven of een sportschool. Dat er iets moest gebeuren wist ik inmiddels ook wel en ik begon het internet af te struinen op zoek naar conditietrainers.  De bedrijven die zich op internet kenbaar maakte hadden prachtige teksten die werkgevers moesten overtuigen van de snelle manier waarop ze hun uitgebluste werknemers konden activeren. De enige site die vanuit optiek van dezelfde uitgebluste werknemer een positief betoog hield over conditioneel weer in orde komen was Baanfit. Voor mij was de aantrekkingskracht ook het lopen in de vrije natuur. Ik zit niet graag opgesloten in een zweterige sportschool met allerlei krachtpatsers aan vreemde apparaten, dus de keus was snel gemaakt.
 
De eerste stappen
 
Al snel begreep ik dat ik de juiste keuze had gemaakt. De eerste gesprekken met Ramon waren vruchtbaar, vooral ook omdat hij in zijn leven hetzelfde heeft meegemaakt en er op een goede manier uit is gekomen. Dit motiveert meer dan een conditietrainer die niet hetzelfde heeft gevoeld of mee heeft gemaakt.  Ik had ook nog een tante die bij Baanfit liep en daar had ik ook goede verhalen van gehoord. Dus de eerste loopsessie stond op stapel. Op de fiets vanuit Haarlem naar Overveen en bij de Zandwaaier afgestapt. Vervolgens wat verkwikkende ademhalingsoefeningen en een goed gesprek over hetgeen ons bezighoud. Na een paar sessies een licht drafje door het bos en wat oefeningen om de spieren wat sterker te maken. De eerste keren kwam ik redelijk gebroken thuis. De spierpijn was niet ondraaglijk maar ik was weer is trots op mezelf omdat ik het allemaal doorstaan had. Ik geloof dat dit nog het beste effect van de “looptherapie” is. Op de een of andere manier heb je wel de kracht om fysieke oefening te doen, ook al dacht je van niet en dat geeft je hoop op herstel. Die hoop wordt enigszins op de proef gesteld als je de volgende ochtend geheel gebroken uit je bed komt en toch blijft er wat van hangen. Het fietstochtje naar de supermarkt is nu opeens een fluitje van een cent.
 
Eindelijk een medische diagnose
 
Rond november 2014 kwam ik een naam tegen op het internet in een artikel over chronische vermoeidheid. Het artikel was geschreven door een arts uit Utrecht. Toevallig kwam Ramon met dezelfde naam op de proppen tijdens een van onze loopsessies. In januari 2015 had ik mijn eerste afspraak bij het Biologisch Medisch Centrum en er werd gelijk bloed afgenomen. Thuis kon ik zelf de rest van de lichaamssappen aftappen en in een gesealde plastic zak stoppen waarna deze in een laboratorium ergens in den lande werden geanalyseerd. De uitkomst was redelijk opzienbarend, niet alleen had ik een ernstig tekort aan de stof “carnitine” maar ook tekorten aan vitaminen. Ik had de arts reeds uitgelegd dat ik vroeger last had van allerlei ontstekingen en abcessen bij de lymfeklieren met als gevolg dat deze moest laten weghalen in de polikliniek.  De diagnose werd gesteld dat een sluimerend virus plots was geactiveerd waardoor ik deze vermoeidheidssymptomen had. Een plausibel verhaal, nu de oplossing nog.  Ik kreeg homeopathische ampullen met slangengif voorgeschreven en nog een aantal immuun-stimulerende middelen en wat vitaminen ter aanvulling van de tekorten.
 
Epiloog
 
De laatste ontwikkelingen zijn positief. Inmiddels ben ik weer begonnen met te werken. Het lichaam functioneert weer op een beetje normaal niveau. Ik ben er nog niet want ik voel nog steeds die muur waar je tegenop kan lopen als ik niet uitkijk. Iemand die hetzelfde heeft meegemaakt moet dit herkennen. Er is een onzichtbare grens waar je in je enthousiasme nog overheen kan gaan. Dat hoort bij het opnieuw grenzen vaststellen. Altijd terugschakelen indien nodig. Niet gelijk weer teveel hooi op je vork nemen, doen wat je eerste ingeving is, wat rust geeft, wat lekker voelt. Eerst de bovenkamer maar weer eens in evenwicht brengen, eens een paar keer goed ademhalen en rust zoeken in beweging. En dan nu de uitsmijter uit “Ruimte voor jezelf” (Fred Sterk): ‘Het hogere doel van een perfectionist is goedkeuring en (zelf)acceptatie. Daar zit een onmogelijke tegenstelling: hoe kun je dit doel ooit bereiken als je niet in staat bent genoegen te nemen en tevreden te zijn met je eigen prestaties ?. Als alles wat je doet nooit goed genoeg is? Zelfacceptatie en goedkeuring kun je alleen ervaren als je zelfbeeld verbetert. Met deze vrolijke noot laat ik het verder over aan de website van Baanfit.